
Hoewel het uiterlijk van de plant sterk doet denken aan een cactus, behoort de Aloë toch tot de familie van de leliegewassen. De altijd groene Aloë groeit in subtropisch klimaat in mineraalrijke grond, maar ze groeit ook in zeer droge gebieden, en dat is waarom deze plant, die de fascinerende capaciteit heeft om water op te slaan, ook als 'woestijnlelie' bekend staat.
In Afrika, Australië, Midden- en Zuid-Amerika, in sommige delen van Rusland en in de Aziatische gebieden zoals Japan, China en India, gedijen de planten zeer goed. Er zijn rond de 300 verschillende soorten Aloëplanten. De veruit meest waardevolle plant voor het menselijk (maar ook dierlijk) welbevinden, is de Aloë Vera, ofwel de "Ware Aloë", met als botanische naam Aloë Barbadensis Miller.
Na drie tot vier jaar groei heeft de plant haar volledige werkzame krachten bereikt. In de 40 tot 60 centimeter hoge en zes tot tien centimeter brede bladeren heeft de Aloë Vera een enorme hoeveelheid vloeistof verzameld die, beschermd door een wasachtige laag, kleurloos en van een geleiachtige substantie is en een extreem hoge concentratie voedingsstoffen bij zich draagt.
De grote wateropslagcapaciteit en het hoge gehalte aan werkzame stoffen van dit natuurlijk waterreservoir, maakt de Aloë Vera al sinds duizenden jaren tot een veelgevraagde plant met geneeskrachtige werking, en ook tot een geliefd cosmetisch product.